Het walvissnijteam van Naturalis: stinkend je best doen!

Lucas Knitel, 21 september 2017

Wil je zien hoe groot een bultrug is? Dat kan uitstekend in Naturalis! Ons museum heeft een indrukwekkende verzameling walvisachtigen. Er liggen nog zo’n 1400 skeletten van tandwalvissen – bruinvissen, dolfijnen, orka’s en potvissen – en ongeveer honderd baleinwalvissen. Baleinwalvissen hebben geen tanden, maar baleinen, harige platen waarmee ze krill - kleine kreeftjes - uit zeewater zeven. Van al die beestjes worden die walvissen heel groot, een bultrug haalt zeker zo’n dertien meter! Om zulke joekels te verzamelen, heeft Naturalis een eigen walvissnijteam!

Moeilijk kiezen

Voortdurend spoelen er walvisachtigen aan op Nederlandse stranden. Bruinvissen, de kleinste tandwalvissen in de Noordzee, zelfs dagelijks! Dat zijn er te veel om allemaal te bewaren. We hebben daar de ruimte ook niet voor! Pepijn Kamminga, beheerder van de verzameling vogels en zoogdieren, beslist welke walvissen Naturalis verzamelt. Als hij gebeld wordt over een walvisstranding, vraagt hij als eerste of het dier nog leeft. Naturalis verzamelt namelijk alleen dieren die al dood zijn. Pepijn hoopt altijd dat een levende walvis weer terug het water in kan. Als de walvis al dood is en de kop en de vinnen  nog heeft voor het onderzoek, sleept men hem weg als hij op een ongeschikte plek ligt. Naturalis hoopt op een walvissoort die nog niet in de verzameling is. Pepijn en zijn snijploeg gaan aan de slag. Het werk dat zij doen, trekt niet iedereen aan!

Een tikkende tijdbom...

Bewapend met grote, vlijmscherpe ‘flensmessen’ gaan ze naar de dode walvis toe. Stevige handschoenen van ijzeren ringetjes (maliën) beschermen de vingers tijdens het snijden. Om het skelet te kunnen verzamelen, moet al het vel, vet en vlees van de botten worden gesneden. De allereerste snee is meteen een flinke haal, waarmee ze de buik van de walvis openmaken. Dat is hard nodig, want in die rottende buik hoopt zich een heleboel gas op. Als men niet op tijd in de buik snijden, ontploft de walvis! Dat is geen fris gezicht. Daarom draagt iedereen van het walvissnijteam speciale beschermende pakken tegen de vieze lucht. Toch gaat het wel eens mis. Pepijn kreeg eens flink wat spetters walvisbloed met stukjes rottend vlees in zijn gezicht gespoten: “Dat is echt ongelooflijk smerig! En wat je niet meteen verwacht is dat het echt brandt in je ogen!”

Alles voor de wetenschap

Wat het verzamelen betreft heeft Pepijn stiekem het liefst walvissen die rottend aanspoelen, dat snijdt het makkelijkst. Aan de andere kant, zegt hij, is het voor de wetenschap fijn als er ‘verse’ walvissen aanspoelen. Dan kunnen onderzoekers van de universiteiten van Utrecht en Wageningen, waar Naturalis veel mee samenwerkt, beter vaststellen hoe de walvissen zijn gestorven. Dit helpt ons in de toekomst misschien om walvisstrandingen te voorkomen.

(c) Naturalis | Licentie: CC BY-NC-SA 4.0
Een gestrande bultrug; 16.000 kilo schoon aan de haak!
(c) Thinkstock | Licentie: CC BY-NC-SA 4.0
Een bruinvis

Klimaatverandering

Wetenschappers doen ook allerlei ander onderzoek. Zo bestudeerden onderzoekers van de hogeschool van Tilburg de baleinen van een bultrug in de Naturaliscollectie om te leren hoe je betere filtersystemen voor bijvoorbeeld fabrieken kunt maken. Andere onderzoekers keken naar de verspreiding van walvissen om klimaatverandering beter te begrijpen. Dankzij onderzoek naar onze walvisskeletten, waarbij bijvoorbeeld pas een 3D-scan van een grote walvisschedel is gemaakt, snappen we beter welke walvissoorten familie van elkaar zijn.

Walvisgeur in Naturalis

Voor al dat onderzoek is het zware werk van het walvissnijteam hard nodig. Het laatste vieze klusje gebeurde vroeger overigens in het Naturalisgebouw zelf. In een speciale ruimte lagen delen walvis in grote warmwaterbakken te rotten. Bacteriën maakten de botten ‘schoon’ van het vlees en dat was in het museum ruikbaar. Dus als je een keer op bezoek was in natuurlijk en je het enorm vond stinken in ons museum, dan rook je misschien wel een rottende walvis! Bah!