Blind date: op zoek naar een maatje in de diepzee

Niels Kerstes, 25 maart 2020

Hoe dieper in de zee, hoe donkerder het wordt. Op duizend meter diepte weet geen zonnestraaltje meer door te dringen. Bovendien is het er ook nog eens heel leeg. Ergens afspreken voor een date is dus lastig. Toch moeten ook vissen die hier leven paren om zich voort te planten. Hoe vinden deze dieren hun partners?

Wikipedia I | Licentie: CC0
Een diepzeehengelvis (vrouwtje)

Lokken met een lampje

Diepzeehengelvisvrouwtjes mogen van geluk spreken dat ze in de duisternis leven: ze zijn niet moeders mooiste. De flinke bek van de afschrikwekkende dieren zit vol lange, dunne tanden. Boven deze bek hangt een hengeltje. Het uiteinde van dit hengeltje geeft licht, dat gemaakt wordt door lichtgevende bacteriën die in het hengeltje leven. Prooien die in de duisternis rondzweven, vissen en garnalen bijvoorbeeld, worden aangetrokken door het hoofdlampje van de hengelvis. Eenmaal in de buurt van het lichtje verdwijnen ze - hap, slik - in de grote bek van de rover. 

Alleen de vrouwtjes van diepzeehengelvissen hebben zo’n lampje. De mannetjes niet. Wel hebben de mannetjes vaak grote, goed werkende ogen. Biologen vermoeden daarom dat de vrouwtjes hun lichtje ook gebruiken om mannetjes te lokken.

Monterey Bay Aquarium Research Institute (MBARI)

Deze diepzeehengelvis werd gefilmd op 600 meter diepte

Wist je dat: er nog heel veel onbekend is over het leven in de diepzee. Wat wel bekend is, weten biologen vooral dankzij dode, opgeviste diepzeedieren.

Een aantrekkelijk geurtje

Grootbekalen zijn, je raadt het al, alen die hun mond enorm ver open kunnen sperren. Wetenschappers vermoeden dat deze diepzeevissen eten door een grote hap water te nemen en het water vervolgens de bek uit te laten stromen. Alle eetbare lekkernijen die in het water zaten, zoals garnaaltjes, blijven in de bek achter.

Wikipedia I | Licentie: CC0
Tekening van een grootbekaal

Onderzoekers die opgeviste grootbekalen bekeken, ontdekten een opvallend verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. Mannetjes hebben een veel groter reukorgaan en grotere neusgaten dan vrouwtjes. Wetenschappers vermoeden daarom dat grootbekaalmannetjes de vrouwtjes vinden dankzij geurstoffen die de vrouwtjes in het water verspreiden.

EVNautilus

De grootbekaal wordt zelden gezien. De onderzoekers die deze jonge grootbekaal filmden, wisten daarom ook niet meteen wat het was. Vanaf 1:20 is het wat makkelijker te zien hoe de vis in elkaar zit.

Minimannetjes laten nooit meer los

Ook diepzeehengelvismannetjes hebben, naast grote ogen, vaak grote neusgaten. Ze worden dus niet alleen aangetrokken door het lichtje van de vrouwtjes, maar komen waarschijnlijk net als grootbekalen op de geurstoffen van vrouwelijke soortgenoten af. De hengelvismannetjes verschillen op nog meer manieren van de vrouwtjes. Zo zijn de mannetjes een flink stuk kleiner. Ook eten de mannetjes vaak niet meer als ze volwassen zijn en hebben ze geen tanden in hun mond. In plaats daarvan werkt hun mond als een soort nijptang. Hiermee grijpen de mannetjes, als ze de kans krijgen, een vrouwelijke soortgenoot vast.

Vaak laten de mannetjes de vrouwtjes daarna nooit meer los. Bij sommige diepzeehengelvissoorten vergroeien de mannetjes zelfs met de vrouwtjes. Bloedvaten van het mannetje verbinden zich met bloedvaten van het vrouwtje. Zo leeft het mannetje, dat zelf niet kan eten, van voedingsstoffen die hij van het vrouwtje afpakt. Als een soort parasiet dus.

Wat zit hierachter? In de lege duisternis van de diepzee komen hengelvismannetjes en -vrouwtjes elkaar maar zelden tegen. Als een mannetje zo gelukkig is wel een vrouwtje te vinden, dan laat hij haar nooit meer gaan. Zo is hij altijd in de buurt om de eitjes van het vrouwtje te bevruchten.

 

Science Magazine

Deze video uit 2018 is de eerste die ooit gemaakt is van een paar diepzeehengelvissen. Zie jij het mannetje?