Willem Renema

zeeonderzoeker
Sanne van Gammeren, 31 juli 2019

Willem Renema onderzoekt het ontstaan van koraalriffen en hun geologische geschiedenis. Hij kijkt zowel naar het hele ecosysteem als naar de individuele beestjes. Bestaan er nog koraalriffen over 50 jaar? We vroegen het aan Willem.

En?

Ik denk dat er zeker riffen zullen zijn, maar ze zien er misschien anders uit dan nu. De koralen in de riffen van nu groeien soms wel 60 cm hoog. Hierin groeien vele vormen koralen, van bolvormig en plaatvormig tot vertakkend. Die laatste zijn de soorten die kwetsbaar zijn bij klimaatverandering. Ik denk dat koralen in de toekomst minder hoog zullen groeien. In het verleden is koraal voortdurend veranderd, dat is voor de toekomst ook niet te voorkomen. De paleontologie leert dat de natuur altijd verandert. Het hoort erbij.

 

Welk veldwerk doe jij?

Ik doe drie soorten veldwerk. Het opgraven en het zoeken van fossiele riffen op land, duiken naar fossiele riffen in zee en expedities op grote boten. Voor alle drie manieren reis ik veel rond en praat ik met mensen die mij op nieuwe plekken wijzen. Ook meet en tel ik altijd alles wat ik vind en meeneem naar het lab.

Petra Sonius | Licentie: CC BY-NC-ND 4.0
Willem bekijkt superkleine fossielen uit de foraminiferencollectie van Naturalis.
(c) Naturalis I CC0
Het Groot Barrièrerif

Heb je een voorbeeld?

Afgelopen voorjaar voer ik met een aantal andere onderzoekers over het groot Barrièrerif met een groot onderzoeksschip. We zochten naar de kustlijn van de laatste ijstijd. Die ligt honderddertig meter lager dan de huidige kustlijn. Op alle plekken waar nu rif groeit, stond het twintigduizend jaar geleden droog. Waar de riffen toen waren, weten we niet. We hebben weinig voorbeelden van riffen uit die tijd. Voor en na de laatste ijstijd groeiden er koraalriffen, dus ze moeten ergens zijn. Uiteindelijk vonden we die kustlijn op een aantal plekken, maar  er zijn nog niet genoeg monsters (voorbeelden) gevonden. We weten dus dat het er zit, maar nog niet wat het is.

Wat doe je met verzameld materiaal in het lab?

Er bestaan twee typen monsters: gesteente monsters, dat zijn harde monsters die niet uit elkaar vallen in water en kleiige monsters, die wel uit elkaar vallen in water. De meeste monsters wassen we. Van harde monsters maken we slijpplaatjes; heel dunne plaatjes die we onder de microscoop bekijken. Daar zitten koralen of algen in. Kleiige monsters zeven we na het wassen en dan sorteren en identificeren we de fossielen die er ook in zitten. Sommige stukjes zijn groter dan een centimeter, andere niet groter dan een halve millimeter.

Willem Renema | Licentie: Alle rechten voorbehouden
Een superklein fossiel uit het monster is bijvoorbeeld Dendritina, door hier een 3D model van te maken kan Willem het rif beter onderzoeken.

Wist jij dat er een Japans strand bestaat vol sterrenzand? En dat dit zand eigenlijk skeletjes van kleine dode beestjes zijn? Willem onderzoekt verschillende soorten kleine fossiele beestjes.

Wat motiveert jou om onderzoek te doen?

Mijn nieuwsgierigheid motiveert mij. Het voortdurend blijven stellen van vragen. Wanneer je iets ontdekt, ontstaan er eigenlijk alleen maar meer vragen. Daarnaast is tijd een fascinatie van mij. Ik vind het interessant om te zien hoe alles om ons heen verandert. Ook vind ik het leuk om mensen iets te leren, bijvoorbeeld hoe je om moet gaan met riffen.

 

Weet jij hoe je om moet gaan met riffen als je gaat snorkelen op vakantie?