Waarom biologen zo dol zijn op tuinslakken

Niels Kerstes, 21 januari 2019

Veel mensen vinden het maar niks, die slijmerige, moestuinverwoestende kruipers. Voor biologen zijn slakken daarentegen reuze interessant. Vooral de gewone tuinslak is een favoriet. Die slak leeft ook in Nederland. Sterker nog: grote kans dat je tuin er vol mee zit. Wat maakt deze slak zo aantrekkelijk voor biologen?

Gewone tuinslakken

Volwassen gewone tuinslakken (wetenschappelijke naam: Cepaea nemoralis) zijn makkelijk te herkennen aan de zwarte rand bij de opening van het slakkenhuisje. Het huisje van de gewone tuinslak is ongeveer 2 tot 2,5 centimeter groot. Deze slakken komen – de naam zegt het al – veel in tuinen voor, maar ze zijn ook te vinden in bossen, parken, in hoog gras en in velden met brandnetels en bramen.

Niels Kerstes | Licentie: Alle rechten voorbehouden
Zo herken je de gewone tuinslak.

Makkelijke onderzoeksdieren

Slakken zijn erg handige beestjes om te gebruiken voor onderzoek. Tuinslakken komen veel voor, dus je vindt er al gauw een heleboel. Ze zijn ook niet heel klein, zodat je ze goed van een afstandje kunt spotten. Maar ze zijn ook weer niet zo groot dat ze niet in een bakje passen. Nog een voordeel van slakken is dat ze traag zijn. Je kunt ze dus makkelijk verzamelen of op de foto zetten.

Ieder zijn eigen kleur

Het komt vaak voor dat alle dieren die bij dezelfde soort behoren dezelfde kleur of hetzelfde kleurenpatroon hebben. Ga maar na: alle ijsberen zijn wit en alle raven zijn zwart. Maar de ene gewone tuinslak is de andere niet. Zo kunnen tuinslakken een geel, roze of bruin huisje hebben. Daarnaast kunnen er ook donkere strepen over het huisje lopen. Sommige tuinslakken hebben wel vijf donkere strepen op hun huisjes, terwijl andere slakken helemaal geen strepen hebben. 

Conny van Hal | Licentie: Alle rechten voorbehouden
Een roze tuinslak zonder banden ontmoet een gele tuinslak met banden.
Helmholtz Centre for Environmental Research (UFZ) / André Künzelmann | Licentie: Alle rechten voorbehouden
Huisjes van tuinslakken in verschillende kleuren en strepen.

Vragen om te onderzoeken

De huisjes van gewone tuinslakken roepen bij biologen veel vragen op. Hoe komt het dat deze slakken er zo verschillend uitzien? Waarom zijn niet alle gewone tuinslakken bruin zonder strepen of geel met vijf strepen? Onderzoekers denken dat het te maken heeft met het klimaat en met dieren die slakken eten. Hoe het precies zit is nog niet helemaal duidelijk. 

Door de kleuren van de huisjes van tuinslakken op een bepaalde plek te volgen, kunnen biologen leren over evolutie. Als de kleuren van de huisjes in de loop van de tijd veranderen, dan kan dat betekenen dat de slakken zich aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Zelf meedoen aan tuinslakkenonderzoek bij Naturalis

Ook wetenschappers van Naturalis doen onderzoek naar tuinslakken. Omdat het door klimaatverandering steeds warmer wordt in Nederland, vragen de onderzoekers zich af of daardoor ook de kleur van de huisjes van tuinslakken verandert. Lichtgekleurde, gele slakken warmen namelijk minder snel op in de zon dan donkergekleurde, bruine slakken. Dat komt doordat lichtgekleurde huisjes meer zonlicht weerkaatsen dan donkere huisjes. Betekent dit dat door klimaatverandering de huisjes van tuinslakken steeds lichter van kleur worden? Sinds 2017 doen wetenschappers van Naturalis onderzoek naar deze vraag. En weet je wat… jij kan daar aan meedoen! Op www.snailsnap.nl lees je hoe.

Kun jij bedenken waarom slakken liever in hun huisje blijven als het warm en droog is