Voortplanten: doe je het samen of alleen?

Niels Kerstes, 6 augustus 2018

Mensen krijgen kinderen, vogels leggen eieren en planten maken zaden waar nieuwe planten uit groeien. Als ze dat niet zouden doen, zou hun soort uitsterven. Het maken van opvolgers, oftewel nakomelingen, heet voortplanting. Het lijkt het makkelijkst om voort te planten door kopieën van jezelf te maken. Toch maken veel soorten het zichzelf een stuk moeilijker door zich niet alleen, maar met z'n tweeën voort te planten. Waarom eigenlijk?

Onderdeel van:

Jezelf verdubbelen

Bacteriën splitsen zichzelf simpelweg in tweeën. Na de splitsing heb je niet één, maar twee bacteriën die precies hetzelfde zijn! Ook andere wezens kunnen zichzelf verdubbelen. Sommige zeesterren breken zichzelf in twee stukken, waarna iedere helft weer uitgroeit tot een hele nieuwe zeester. Ook veel planten kopiëren zichzelf, bijvoorbeeld via uitlopers. Voortplanten door kopieën van jezelf te maken heet ongeslachtelijke voortplanting. Er is geen extra ouder bij nodig.

Samensmelten

Er is een tweede manier van voortplanten: geslachtelijke voortplanting. Voor geslachtelijke voortplanting heb je twee ouders nodig. Deze twee ouders combineren hun eigenschappen en maken zo samen opvolgers die op ze lijken, maar toch anders zijn dan zijzelf. Ook mensen doen aan geslachtelijke voortplanting. Jij hebt eigenschappen van zowel je moeder als je vader, maar je bent niet precies hetzelfde als je moeder of je vader. Ook je broers en zussen hebben eigenschappen van je ouders, maar zijn toch ook weer heel anders dan jij. Bij geslachtelijke voortplanting is iedere nakomeling namelijk uniek!

Overleven dankzij variatie

Waarom kopieert niet iedereen zichzelf gewoon? Op het eerste gezicht lijkt dat het handigst. Je hoeft niet op zoek naar een geschikte partner, wat tijd en energie kost. Daarnaast kan iedereen het doen: er zijn bij ongeslachtelijke voortplanting geen mannetjes die geen kinderen kunnen krijgen. Stel je voor dat ook katers zwanger kunnen worden. Dat betekent twee keer zoveel nestjes kittens! Maar waarom is geslachtelijke voortplanting dan zo succesvol? In de leefomgeving van levende wezens verandert vaak iets. Het wordt kouder, of natter. Of er breekt een dodelijke ziekte uit. Dankzij geslachtelijke voortplanting zorgen levende wezens ervoor dat hun nakomelingen allemaal anders zijn. Hierdoor is de kans groter dat in ieder geval één van hun nakomelingen overleeft én zelf kan voortplanten onder de nieuwe omstandigheden. Bij wezens die zich ongeslachtelijk voortplanten is dit niet zo: als de ouder niet kan overleven in de nieuwe omstandigheden, dan kunnen de nakomelingen van die ouder dat meestal ook niet.

Het beste van twee werelden

Sommige dieren of planten pakken het wel heel slim aan: ze planten zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voort. In de zomer planten bladluizen zich ongeslachtelijk voort: de vrouwtjes baren kleine kopietjes van zichzelf. Mannetjes zijn dan nergens te bekennen. Maar één keer per jaar, in de herfst, worden er naast vrouwtjes ook mannetjes geboren. Deze vrouwtjes en mannetjes planten dan samen voort en zorgen zo samen voor unieke, diverse nakomelingen. Op deze manier kunnen de bladluizen in de zomer heel snel voortplanten en zorgen ze er in de herfst voor dat er genoeg variatie is om ook veranderende omstandigheden te kunnen overleven.

Slakken planten geslachtelijk voort. Toch bestaan er bij landslakken geen 'nutteloze' mannetjes die geen eitjes kunnen leggen. Weet jij hoe dit zit?