Saiga

Lucas Knitel, 20 september 2017

Soms denk je bij een dier… goh. De saiga is er zo een. Natuurlijk zien veel dieren er een beetje gek uit, maar slechts weinig zo gek als de saiga. Saiga’s zijn antilopen uit Oost-Azië, maar ze zijn niet zo elegant als de meeste antilopen. Zeker in de winter niet, want dan hebben ze een dikke floddervacht waar hun lange oren nog net bovenuit steken. De mannetjes hebben daarbij ook nog lange, geribbelde hoorns. Maar wat je altijd van de saiga zal onthouden als je ze eens gezien hebt, is hun neus. Saiga’s hebben namelijk een soort slurfje!

Wetenschappelijke naamSaiga tatarica

VerspreidingOost-Azië

Grootte60 tot 95 centimeter hoog

Wat moet je nou met zo’n ding?

De slurf van de saiga is stiekem een nepslurf en bestaat uit de neusgaten met extra huid eromheen. De neus zelf is erg bol en dat is het geheime wapen van de saiga. In die neus zitten namelijk twee blazen, twee natte zakken, waarmee saiga’s allerlei trucjes uithalen. Wat zouden ze allemaal met die neus kunnen? Waar gebruik jij jouw neus eigenlijk voor?

Saiga’s zijn goede speurneuzen. Ze ruiken bijvoorbeeld vers, nat gras van grote afstand. De saiganeus is ook een kachel en een ventilator! De snuit werkt ook nog eens als een soort filter, dat voorkomt dat zand in de luchtwegen terechtkomt – best handig voor een woestijn en steppendier. Ze maken er nog geluid mee ook, dat het midden houdt tussen mekkeren en knorren. Wil jij stiekem ook zo’n superslurf?

Saiga’s in Naturalis

In Naturalis bevinden zich 22 opgezette saiga’s. Daarmee mogen we erg blij zijn, zegt Pepijn Kamminga, beheerder van de verzameling zoogdieren en vogels, want het zijn zeldzame dieren. Op eentje na zijn alle exemplaren ‘in het wild verzameld’. Dat betekent doorgaans doodgeschoten. Tegenwoordig zouden we dat nooit meer doen, maar alle saiga’s van Naturalis zijn ongeveer een eeuw geleden verzameld, toen het voor natuurmusea nog heel gewoon was om grote dieren te schieten. Gelukkig is dat nu anders.

Dierentuin

De laatst verzamelde Naturalissaiga komt uit een dierentuin. Ook dat is tegenwoordig uitzonderlijk. “Misschien krijgen we er wel nooit weer een nieuwe saiga bij,” stelt Pepijn, “want voor Nederlandse dierentuinen is het nu een zeldzaamheid.” Het heeft trouwens niet Pepijns voorkeur om dierentuindieren te verzamelen. “Hoewel dierentuinen nu proberen om hun dieren zo goed mogelijk te verzorgen in een ‘natuurlijke’ omgeving, is het onmogelijk om dieren precies hetzelfde leven te bieden als in het wild.” Vroeger wisten dierentuinen bijvoorbeeld niet goed wat de dieren aten. Uit onderzoek waarbij wetenschappers van Naturalis in het wild verzamelde dieren in onze collectie hebben vergeleken met dieren afkomstig uit dierentuinen, bleek dat de oude dierentuinexemplaren vaak versleten tanden hadden door verkeerd voer, en allerlei voedingsstoffen tekort kwamen, met ziektes tot gevolg. Ook hadden ze vaak beschadigde nagels en hoeven, omdat ze bijvoorbeeld op harde stenen liepen. Om te onderzoeken hoe saiga’s vroeger in het wild leefden, heb je dus alleen iets aan opgezette saiga’s uit het wild.

Grijns

Overigens zijn ook de wild gevangen saiga’s niet meer in perfecte staat. Na verloop van tijd beginnen de huiden van opgezette dieren een beetje te krimpen, waardoor ze vaak een wat vreemde grijns op hun lippen krijgen, en uitpuilende ogen. Daardoor gaan alle dieren er een beetje gek uitzien, maar slechts weinig zo gek als de saiga.

(c) Naturis I Door Pepijn Kammenga | Licentie: CC BY-NC-SA 4.0
Een opgezette vrouwtjessaiga van Naturalis, met uitpuilende ogen!