Zonder slurf was dit nooit gelukt.
Om te grijpen
De olifantenslurf is lang en gespierd en van alle slurven misschien ook wel de meest indrukwekkende. Eigenlijk is de slurf een lange neus die vergroeid is met de bovenlip. Er zijn geen andere dieren die met hun slurf kunnen wat olifanten er allemaal mee doen: voedsel vastgrijpen, ruiken in alle richtingen, water en stof opzuigen, trompetteren, vliegen wegslaan met een tak...
Vergeleken met de olifantenslurf stelt het slurfje van een tapir maar weinig voor. Deels gebruikt de tapir zijn slurf wel op dezelfde manier. Hij steekt hem tussen het groen en ruikt of er iets te eten valt. Als dat zo is, dan gebruikt hij zijn snuit om blaadjes, takjes en vruchten vast te grijpen en naar zijn mond te brengen.
Om te ruiken
Slurfspitsmuizen en steppeslurfhondjes zijn springspitsmuizen: kleine, muisachtige zoogdieren die een slurfachtig aanhangsel aan hun neus hebben. Terwijl een olifantenslurf bijna helemaal uit spieren bestaat, hebben springspitsmuizen een heel spitse schedel. Alleen het puntje van hun “slurfje” bestaat uit spieren, de rest uit bot. Springspitsmuizen grijpen geen voedsel met hun snuitje. Het lijkt erop dat ze hem vooral gebruiken om hun neus in gaten en spleetjes te steken om zo te ruiken of er iets lekkers te halen valt.
Om te filteren
Saiga-antilopen lijken met hun opvallende slurfachtige neus rechtstreeks uit een Star Wars-film te zijn weggelopen. De dieren leven in droge, stoffige gebieden in Rusland, Kazachstan en Mongolië. Soms is het voor de antilopen lastig om te overleven op die plekken. Er is bijvoorbeeld weinig voedsel, het regent er amper of er zijn veel roofdieren zoals wolven. De dieren trekken dan massaal weg, op zoek naar een beter leefgebied. Soms lopen ze daar wel honderden kilometers voor.
Wanneer saiga-antilopen op pad gaan, lopen ze met hun hoofd omlaag. Op deze manier verbruiken ze het minste energie. Maar de omgeving waarin ze lopen is stoffig en soortgenoten trappen ook nog eens extra stof op tijdens het lopen. Wetenschappers denken daarom dat de speciale neus van saiga-antilopen vooral werkt als stoffilter. De antilopen hebben grote neusgaten. De wanden van die neusgaten zijn vochtig. Stofdeeltjes die de neus van de antilopen binnenkomen, blijven daardoor al snel plakken aan de grote, natte neuswand. In de lucht die uiteindelijk in de longen van de antilopen terecht komt, zit dus lang niet zo veel stof als in de lucht die de neusgaten van het dier binnenkwam. Zo beschermt de flinke snuit tegen stoffige lucht.
Op allerlei manieren superhandig dus, zo’n slurfachtige neus. Best jammer eigenlijk, dat wij zo’n saaie, bijna onbeweeglijke neus hebben.