Een zoektocht naar dinoplanten

Imke Smeets, 17 januari 2019

Hoe zag de wereld er in de dinotijd uit? Aan welke blaadjes knabbelden de dino’s? Onder welke bomen rustten ze uit? Stap in een tijdmachine en ga op weg naar de bossen van de dinosaurussen.

Het vroege Trias, 250 miljoen jaar geleden

Eerst maar eens heel ver terug, naar het begin van de dinotijd. Je wilt graag de bossen bekijken. Maar een groot deel van de wereld was tijdens het Trias heel droog. In een droog klimaat groeien bossen minder goed. Het is dus even zoeken waar de tijdmachine neer te zetten. Uiteindelijk vind je een moerassig stukje. Als je uit de tijdmachine stapt, ga je meteen naar een poeltje toe om te drinken. Wat is het hier heet! Daar, in het poeltje, staan paardenstaarten. Het zijn reusachtige bomen. Paardenstaarten komen ook in onze tijd nog voor, maar ze zijn veel kleiner. De joekels van paardenstaarten zijn eigenlijk nog een overblijfsel van de wereld vóór de dinotijd. Tijdens het Trias zullen de reuzenpaardenstaarten uitsterven. Welke planten komen ervoor in de plaats?

Wellcome Images, Wikimedia Commons | Licentie: CC BY 4.0
Een tekening van een poel in het droge Trias-landschap. Zie je de grote paardenstaarten? Rechts, op de oever, staan varens.

Wat voor planten groeien er vandaag de dag in een droog klimaat?

Er valt nog iets anders op: langs de oevers groeien varens en coniferen (naaldbomen). Die waren er vóór de dinotijd nog nauwelijks. Maar ze lijken hier wel goed te groeien. Zouden de varens en coniferen het stokje overnemen van de reuzenpaardenstaarten? Om te zien hoe ze het gaan doen, moet je verder reizen in de tijd. Op naar het Jura, 80 miljoen jaar later.

Het midden-Jura, 170 miljoen jaar geleden

Het eerste wat je ziet als je uit de tijdmachine stapt, zijn coniferen en varens. Veel varens zijn net zo groot als de bomen. Overal waar we kijken, zien we ze staan. Ze hebben dus inderdaad het stokje overgenomen. Er groeien ook andere grote planten. Verderop staat Camarasaurus bladeren van een boom te trekken. Je sluipt voorzichtig dichterbij. Welke bladeren eet hij? Het zijn de bladeren van een ginkgo.

Vandaag de dag is er nog maar één ginkgosoort over, maar in de dinotijd waren er meer. Ze zagen er soms helemaal niet uit als de huidige ginkgo. Camarasaurus kauwt op de ginkgosoort Baiera. De bladeren van Baiera bestaan uit lange, dunne delen. Het lijken net kleine handjes. Terug de tijdmachine in, 100 miljoen jaar verder, naar het late Krijt.

Het late Krijt, 66 miljoen jaar geleden

In het Krijt ziet het warme bos er heel bekend uit. Ben je niet per ongeluk weer in je eigen tijd beland? Er zijn bijvoorbeeld grassen en planten met bloemen. En dat daar, dat is een eik! Maar als je beter kijkt, weet je dat dit niet de huidige tijd is. Er zijn bijvoorbeeld nog steeds veel varens en coniferen. Vlakbij groeit een grote bol recht uit de grond. Bovenop de bol groeien een paar rechtopstaande bladeren. Die bolle plant heet Cycadeoidea. Het is een varen die alleen in het Krijt groeit.

 

Terwijl je naar de vreemde bol kijkt, klinkt er plotseling een luid gekraak. Rechts van je valt een jonge conifeer om, en daar staat... T. rex! Je rent terug naar de tijdmachine. T. rex komt brullend achter je aan. Nog net op tijd weet je de machine in te springen, terug naar het nu.

Ghedoghedo, Wikimedia Commons | Licentie: CC BY-SA 3.0
Drie fossiele stammen van Cycadeoidea

Waarom willen wetenschappers graag weten welke planten er in de dinotijd groeiden?