Help! De kanoetvogel in de problemen

Tim van Wessel, 22 juni 2018

De kanoet is de grootste strandloper van de Waddeneilanden. In het voorjaar vliegt deze trekvogel naar het noordpoolgebied om te broeden. Als er voor de volgroeide jongen onvoldoende insecten zijn om te eten, trekken de kanoeten naar Afrika om voedsel te zoeken. Onderweg landen ze in ons Waddengebied om bij te eten. Door de opwarming van de aarde komen sommige kanoeten in de problemen. Hun voedselkringloop raakt verstoord. Wat is de voedselkringloop van de kanoet? Wat is de oorzaak van de verstoring?

Onderdeel van:

Wat is een voedselkringloop?

Een voorbeeld van een voedselkringloop dicht bij huis: de boterbloem. Die staat op één plek en neemt voedsel op uit de grond en de lucht. De boterbloem wordt gegeten door een planteneter zoals de tuinslak. Groene kikker eet tuinslak, blauwe reiger eet kikker. Gaat de reiger dood, of als hij poept dan eten vliegenzwammen, schimmels en insecten de resten op. Schimmels maken mineralen die de boterbloem weer opneemt om te groeien. Zo vormen deze planten, dieren en schimmels samen een voedselkringloop.

Een nonnetje
Naturalis | Licentie: Alle rechten voorbehouden

Verschillende rollen voor de kanoet

Kanoeten eten insecten, schelpdieren en soms ook zeegras. In het poolgebied bestaat het voedsel van de vogels uit insecten en hebben ze dus rol van vleeseter in de voedselkringloop. De meeste kanoeten komen in hun broedgebied aan, precies als er veel insecten zijn. Als de jongen uit het ei komen is er genoeg eten om goed te groeien. Aan het eind van de korte poolzomer verdwijnen de insecten en gaan de vogels op de vleugel richting Afrika. Daar zoeken ze met hun lange snavels naar kleine schelpdieren die enkele centimeters onder de grond leven. De favoriete lekkernij van de kanoet is Loripes lucinalis, een klein tweekleppig schelpdier dat lijkt op het Nederlandse nonnetje. Maar als het moet eten de kanoeten ook zeegras en vervullen ze dus ook rol van planteneter.

Peter Prokosch | Licentie: Alle rechten voorbehouden
Jonge kanoeten

Opwarming verstoort kringloop

Door de opwarming van het noordpoolgebied smelt de sneeuw steeds vroeger en komen de grote aantallen insecten steeds eerder in het jaar. Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige kanoeten dan in de problemen komen. Ze komen laat aan in het broedgebied om hun eieren te leggen. Kanoeten die laat uit hun ei komen, vinden minder insecten. Ze groeien daardoor minder hard, ze krijgen kortere snavels en blijven kleiner. ‘Klein maar fijn’ is een bekend gezegde, dus wat is het probleem zou je zeggen. 

Nou, dat komt als de kanoeten gaan overwinteren in Afrika. Een lange snavel is daar heel belangrijk voor het vangen van hun favoriete schelpjes. Een te korte snavel komt niet diep genoeg om het voedzame hapje op te pikken. Kanoeten met een korte snavel zijn dan aangewezen op een dieet van zeegras. Kortom, de hogere temperatuur op de noordpool heeft niet alleen invloed  op de insecten. Via de kanoet wordt de voedselkringloop ook in Afrika verstoord.

Wat zal er gebeuren met de hoeveelheid schelpdieren en hun voedsel als ze minder gegeten worden door kanoeten?