Lisette van Kolfschoten, bijenonderzoekster

Sanne van Gammeren, 15 januari 2018

Wetenschappers laten met hun onderzoek de afname zien van het aantal insecten, waaronder bijen. Wat is de oorzaak van hun afname? Die vraag valt niet direct te beantwoorden; er is nog genoeg over bijen te ontdekken. Biologiestudente Lisette van Kolfschoten onderzoekt op welke bloemen bijen en hommels afkomen en hoopt deze insecten zo beter te begrijpen.

Wat heb je onderzocht?

Ik heb verschillende zaadmengsels met elkaar vergeleken door te kijken hoeveel en welke bijen af kwamen op de bloemen die er uit groeiden. Ik vergeleek vier zaadmengsels. Het eerste zaadmengsel ligt bij de Dille en Kamille en kost drie euro. Het tweede zaadmengsel wordt op grote schaal gebruikt door de Honey Highway, een organisatie die langs de snelweg zaden inzaait. Het derde en vierde mengsel gebruikt De Vlinderstichting in insecten- vriendelijke gebieden.

Hoe voerde je het onderzoek uit?

Op een kaal stukje grond heb ik de zaadmengsels ingezaaid. Vervolgens telde ik de bijen toen de bloemen uit waren gekomen. Gedurende 15 minuten liep ik rondjes en schreef op wat ik zag. Ik zag bijvoorbeeld een hommel op een korenbloem en dan zette ik een streepje bij die hommelnaam op papier. Ik heb in totaal 35 keer rondjes gelopen en ik heb veel hulp gehad van mensen die meetelden.

Welk zaadmengsel vinden bijen en hommels het aantrekkelijkst?

De meeste bijen kwamen op de bloemen af van het zaadmengsel van de Dille en Kamille. Dat komt waarschijnlijk omdat daar de meeste bloemen van bloeiden, of dat bloemsoorten als korenbloem en bijenbrood voor de honingbij (verreweg de meest aanwezige bijensoort op die plek)  aantrekkelijker zijn dan de bloemen uit de andere zaadmengsels.

Welk effect heeft jouw onderzoek op de bijenpopulaties?

In Europa en Nederland ziet men nu dat er een afname is in het aantal insecten. In het nieuws merk je dat insecten hot topic zijn en bijen al helemaal. Ik denk dat ik met dit onderzoek een verschil kan maken voor de bijen, ook al is het op kleine schaal. Bijvoorbeeld door mensen de juiste zaadmengsels te laten gebruiken of dat er meer voedsel voor bijen beschikbaar komt. Er is meer kennis nodig en daar doe ik nu onderzoek voor.

Sinds wanneer weet je dat je bioloog wil worden?

Ik kwam al vroeg in aanraking met onderzoek: mijn vader is paleontoloog en aan de keukentafel hadden we het vaak over wetenschap. Ik heb hem eens geholpen met opgravingen in Tegelen en Schöningen (Duitsland). Ook kwamen er veel wetenschappers over de vloer. Later, tijdens biologielessen, werd ik enthousiast van het oplossen van vraagstukken.

Wat is je grootste motivatie?

Ik vind het belangrijk om het verschil te maken, maar als dat mijn enige drijfveer was dan zou dat heel frustrerend zijn. Soms mislukt dat namelijk of zijn er mensen die jouw standpunt niet zo belangrijk vinden als jij. Mijn grootste motivatie is toch wel het beantwoorden van vragen. Als ik onderzoek doe, dan wil ik het antwoord vinden. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe de wereld in elkaar zit.

(c) Naturalis | Licentie: CC BY-NC-SA 4.0